Vertaling van surge

Inhoud:

Engels
Nederlands
to dash, to hurtle, to rush, to surge, to leap, to spring, to shoot forward, to spank {ww.}
voorwaarts stormen
zich werpen op
to undulate, to surge {ww.}
golven

I surge
you surge
we surge

ik golf
jij golft
wij golven
» meer vervoegingen van golven

impetus, momentum, rush, surge, zest {zn.}
heftigheid [v]
onstuimigheid [v]
vuur  [o]
swell, surge {zn.}
deining

Gerelateerd aan surge

dash - hurtle - rush - leap - spring - shoot forward - spank - undulate - impetus - momentum - zest - swell