Vertaling van swollen

Inhoud:

Engels
Nederlands
to swell, to swell into a roar {ww.}
aanzwellen

he/she/it has swollen; swelled
they have swollen; swelled
he/she/it had swollen; swelled

hij/zij/het is aangezwollen
zij zijn aangezwollen
hij/zij/het was aangezwollen
» meer vervoegingen van aanzwellen

to swell, to become swollen {ww.}
opzwellen
zwellen
rijzen
uitdijen
opzetten

I have swollen; swelled
you have swollen; swelled
he/she/it has swollen; swelled

ik ben opgezwollen
jij bent opgezwollen
hij/zij/het is opgezwollen
» meer vervoegingen van opzwellen

to swell {ww.}
aanzwellen

he/she/it has swollen; swelled
they have swollen; swelled
he/she/it had swollen; swelled

hij/zij/het is aangezwollen
zij zijn aangezwollen
hij/zij/het was aangezwollen
» meer vervoegingen van aanzwellen

conceited, egotistic, egotistical, self-conceited, swollen, swollen-headed, vain {bn.}
pronkziek
pronkzuchtig
ijdel
to intumesce, to swell, to swell up, to tumefy, to tumesce {ww.}
gezwollen
opzetten
uitzetten
zwellen
uitdijen
opzwellen

I have swollen; swelled
you have swollen; swelled
he/she/it has swollen; swelled

ik heb opgezet
jij hebt opgezet
hij/zij/het heeft opgezet
» meer vervoegingen van opzetten

to swell, to well {ww.}
opwellen
wellen

I have swollen; swelled
you have swollen; swelled
he/she/it has swollen; swelled

ik heb geweld
jij hebt geweld
hij/zij/het heeft geweld
» meer vervoegingen van wellen

to swell {ww.}
zwellen

I have swollen; swelled
you have swollen; swelled
he/she/it has swollen; swelled

ik ben gezwollen
jij bent gezwollen
hij/zij/het is gezwollen
» meer vervoegingen van zwellen

to swell {ww.}
aanzwellen

he/she/it has swollen; swelled
they have swollen; swelled
he/she/it had swollen; swelled

hij/zij/het is aangezwollen
zij zijn aangezwollen
hij/zij/het was aangezwollen
» meer vervoegingen van aanzwellen