Vertaling van arise

Inhoud:

Engels
Nederlands
to arise, to ascend, to get up, to go up, to rise {ww.}
opstaan
opgaan
opkomen
verrijzen
stijgen
rijzen
wassen 

I arise
you arise
we arise

ik sta op
jij staat op
wij staan op
» meer vervoegingen van opstaan

I didn't want to get up early.
Ik wilde niet vroeg opstaan.
to arise, to commence, to get, to materialize, to start {ww.}
worden 
ontstaan
opkomen

I arise
you arise
we arise

ik word
jij wordt
wij worden
» meer vervoegingen van worden

He'll get well soon.
Hij zal snel beter worden.
It will get warmer and warmer.
Het zal warmer en warmer worden.
to arise, to be born, to originate {ww.}
geboren worden
ontluiken
spruiten

I arise
you arise
we arise

ik spruit
jij spruit
wij spruiten
» meer vervoegingen van spruiten

to ascend, to climb, to go up, to arise {ww.}
klimmen
stijgen
naar boven gaan
rijzen
bestijgen 

I arise
you arise
we arise

ik klim
jij klimt
wij klimmen
» meer vervoegingen van klimmen

Monkeys climb trees.
Apen klimmen in bomen.
A bear can climb a tree.
Een beer kan in een boom klimmen.
to become, to get, to grow, to arise {ww.}
worden 
raken 

I arise
you arise
we arise

ik word
jij wordt
wij worden
» meer vervoegingen van worden

What can I get rid of?
Wat kan ik kwijt raken?
I couldn't get to sleep.
Ik kon niet in slaap raken.
to spring, to well up, to arise, to well {ww.}
voortkomen
opborrelen
ontspringen
opwellen
wellen

I arise
you arise
we arise

ik kom voort
jij komt voort
wij komen voort
» meer vervoegingen van voortkomen

to ascend, to arise {ww.}
stijgen

I arise
you arise
we arise

ik stijg
jij stijgt
wij stijgen
» meer vervoegingen van stijgen


Gerelateerd aan arise

ascend - get up - go up - rise - commence - get - materialize - start - be born - originate - climb - become - grow - spring - well up