Vertaling van go up

Inhoud:

Engels
Nederlands
to ascend, to climb, to go up, to arise {ww.}
klimmen
stijgen
naar boven gaan
rijzen
bestijgen 
Monkeys climb trees.
Apen klimmen in bomen.
A bear can climb a tree.
Een beer kan in een boom klimmen.
to ascend, to go up, to increase, to accrue, to advance {ww.}
stijgen
oplopen
rijzen
Melting polar icecaps could also contribute to an increase in sea levels.
Het smelten van de poolkappen kan bijdragen aan het stijgen van het zeeniveau.
to arise, to ascend, to get up, to go up, to rise {ww.}
opstaan
opgaan
opkomen
verrijzen
stijgen
rijzen
wassen 
I didn't want to get up early.
Ik wilde niet vroeg opstaan.

Gerelateerd aan go up

ascend - climb - arise - increase - accrue - advance - get up - rise