Vertaling van tongue

Inhoud:

Engels
Nederlands
tongue {zn.}
tong  [v]
Stick out your tongue.
Steek je tong uit.
Cat got your tongue?
Ben je je tong verloren?
idiom, language, speech, tongue {zn.}
taaleigen 
idioom 
landmark, projection, prominence, protrusion, tongue {zn.}
uitsteeksel
uitsprong
language, tongue {zn.}
taal 
I know your language.
Ik ken jouw taal.
Do you speak my language?
Spreek je mijn taal?
tongue {zn.}
messing
clapper, tongue {zn.}
claqueur
clapper, tongue {zn.}
dol
clapper, tongue {zn.}
ploeg
clapper, glossa, lingua, tongue {zn.}
tong [m] (de ~)
It's on the tip of my tongue.
Het ligt op het puntje van mijn tong.
He picked up a mirror and looked at his tongue.
Hij nam een spiegel en keek naar zijn tong.
clapper, tongue {zn.}
klepel [m] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Stick out your tongue.

Steek je tong uit.

Cat got your tongue?

Ben je je tong verloren?

Slip of the tongue.

Spreekfout.

French is his mother tongue.

Frans is zijn moedertaal.

My mother tongue is Japanese.

Mijn moedertaal is Japans.

Japanese is my mother tongue.

Mijn moedertaal is Japans.

Spanish is his mother tongue.

Spaans is zijn moedertaal.

It's on the tip of my tongue.

Het ligt op het puntje van mijn tong.

English is not my mother tongue.

Engels is niet mijn moedertaal.

It's a very difficult tongue-twister.

Het is een erg lastige tongbreker.

The author translated the fairy tale into our mother tongue.

De auteur vertaalde het sprookje in onze moedertaal.

He picked up a mirror and looked at his tongue.

Hij nam een spiegel en keek naar zijn tong.

You must educate your tongue to distinguish good coffee from bad.

Je moet je tong leren om goede koffie van slechte te onderscheiden.

The foreigner spoke Japanese as if it were her mother tongue.

De buitenlander sprak Japans alsof het haar moerstaal was.

The words themselves are on the tip of my tongue, but I just can't say it.

De woorden zelf liggen op het puntje van mijn tong, maar ik kan het maar niet zeggen.


Gerelateerd aan tongue

idiom - language - speech - landmark - projection - prominence - protrusion - clapper - glossa - linguaprojection - bystander - pin - body part - rod - gustatory organ