Vertaling van idiom

Inhoud:

Engels
Nederlands
idiom, language, speech, tongue {zn.}
taaleigen 
idioom 
idiom {zn.}
idiotisme
idiom, parlance {zn.}
idioom [o] (het ~)
idiom, idiomatic expression, phrasal idiom, phrase, set phrase {zn.}
uitdrukking [v] (de ~)
You know the phrase, we harvest, that which we sow. I have sown the wind and this is my storm.
Jullie kennen de uitdrukking, dat we oogsten wat we zaaien. Ik heb de wind gezaaid en hier is mijn storm.
idiom, parlance {zn.}
idiotisme
artistic style, idiom {zn.}
stijl
accent, dialect, idiom {zn.}
accent [o] (het ~)
tongval [m] (de ~)
I missed the British accent so much.
Ik heb het Britse accent heel erg gemist.
You don't have an accent
Jij spreekt zonder accent
accent, dialect, idiom {zn.}
dialect [o] (het ~)
streektaal [m] (de ~)
patois
Tom always makes fun of John because of his dialect.
Tom spot altijd met John om zijn dialect
A language is a dialect with an army and navy.
Een taal is een dialect met een leger en een vloot.