Vertaling van expression

Inhoud:

Engels
Nederlands
expression {zn.}
zegswijze
gezegde
uiting [v]
uitdrukking  [v]
bewoording  [v]
betuiging [v]
expression, phrase {zn.}
zegswijze
spreekwijze
zinswending [v]
gezegde
bewoording  [v]
expression, mien, look, air, appearance {zn.}
air  [o]
gelaatsuitdrukking [v]
gezicht  [o]
uiterlijk
uitzicht
expression, locution, saying {zn.}
sententie
expression, locution, saying {zn.}
proverbium
spreekwoord [o] (het ~)
expression, manifestation, reflection, reflexion {zn.}
manifestatie [v] (de ~)
expression, formulation {zn.}
uitdrukking [v] (de ~)
expression, formula {zn.}
formule [v] (de ~)
Mary wants to marry a Formula 1 driver.
Mary wil met een Formule 1-rijder trouwen.
expression, verbal expression, verbalism {zn.}
uiting [v] (de ~)
expression, locution, saying {zn.}
gezegde [o] (het ~)
dictum
expressie [v] (de ~)
leenspreuk
spreekwijze
zegswijze [m] (de ~)
expression, verbal expression, verbalism {zn.}
vuiligheid [v] (de ~)
aspect, expression, face, facial expression, look {zn.}
gezicht [o] (het ~)
blik [m] (de ~)
gezichtsuitdrukking
gelaatsexpressie
fysionomie
fysiognomie
gelaatsuitdrukking [v] (de ~)
A look of contentment appeared on his face.
Een voldane blik verscheen op zijn gezicht.
Wash your face.
Was je gezicht.
aspect, expression, face, facial expression, look {zn.}
expressie [v] (de ~)
uitdrukking [v] (de ~)