Vertaling van unit

Inhoud:

Engels
Nederlands
unit {zn.}
eersteling [m]
unit {zn.}
eenheid [v]
detachment, force, squad, unit, team, shift {zn.}
team 
afdeling  [v]
detachement [o]
Which team will win?
Welk team zal winnen?
George is the captain of our team.
George is onze team aanvoerder.
block, bloc, boulder, chunk, unit {zn.}
blok  [o]
Dumb as a block of wood.
Dom als een blok hout.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

A pound is a unit of weight.

Pond is een gewichtseenheid.

A vector is a unit vector if its norm is 1.

Een vector is een eenheidsvector als zijn norm gelijk is aan een.


Gerelateerd aan unit

detachment - force - squad - team - shift - block - bloc - boulder - chunk