Vertaling van village

Inhoud:

Engels
Nederlands
village {zn.}
dorp [o]
plaats  [v]
Everybody in the village knew him.
Iedereen in het dorp kende hem.
They called the village New Amsterdam.
Ze noemden het dorp Nieuw-Amsterdam.
settlement, small town, village {zn.}
dorp [o] (het ~)
He lives in a village.
Hij woont in een dorp.
There is no bus service to the village.
Er is geen busdienst naar het dorp.
settlement, small town, village {zn.}
mediene


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Everybody in the village knew him.

Iedereen in het dorp kende hem.

They called the village New Amsterdam.

Ze noemden het dorp Nieuw-Amsterdam.

There is no bus service to the village.

Er is geen busdienst naar het dorp.

This is the village where I was born.

Dit is het dorpje waar ik ben geboren.

Once there was a poor farmer in the village.

Er was eens een arme boer in het dorp.

Last year I returned home and was surprised to find both the village and the people completely changed.

Vorig jaar kwam ik terug thuis en was ik verrast, dat het dorp en de mensen helemaal veranderd waren.

The Dutch and the Belgian tricolour were streaming side by side amiably in the village on the border.

De Nederlandse en de Belgische driekleur wapperden gemoedelijk naast elkaar in het grensdorp.


Gerelateerd aan village

settlement - small towntown - community