Vertaling van mal

Inhoud:

Frans
Nederlands
mal [m] (le ~) {zn.}
zonde 
schade  [v]
mal {bw.}
slecht 
mal [m] (le ~) {zn.}
kwaad 
kwade [o]
boze [o]
Ne dis pas du mal des autres.
Spreek niet kwaad van anderen.
Ne parle jamais en mal des autres derrière leur dos.
Spreek geen kwaad van anderen achter hun rug om.
mal, mauvais, méchant {bn.}
beroerd
kwaad 
kwalijk
slecht 
verkeerd
douleur [v] (la ~), mal [m] (le ~), peine [v] (la ~) {zn.}
pijn  [v]
zeer [o]
wee
La douleur était insupportable.
De pijn was ondraaglijk.
Où as-tu mal ?
Waar hebt ge pijn?

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Où as-tu mal ?

Waar hebt ge pijn?

J'ai mal aux yeux.

Ik heb pijn aan mijn ogen.

J'ai mal à l'estomac.

Mijn buik doet pijn.

J'ai mal aux fesses.

Ik heb pijn aan mijn achterste.

J’ai mal au crâne.

Ik heb hoofdpijn.

Où avez-vous mal ?

Waar doet het pijn?

Avez-vous mal à l'estomac ?

Heeft u buikpijn?

J'ai mal à la tête.

Ik heb hoofdpijn.

Ça ne fait pas mal.

Het doet geen pijn.

J'ai un terrible mal de crâne.

Ik heb verschrikkelijke hoofdpijn.

Il n'a rien fait de mal.

Hij heeft geen fout gemaakt.

Bien mal acquis ne profite jamais.

Gestolen goed gedijt niet.

Ne dis pas du mal des autres.

Spreek niet kwaad van anderen.

Ma tête me fait vraiment mal.

Mijn hoofd doet echt pijn.

Mes jambes me font toujours mal.

Mijn benen doen nog steeds pijn.


Gerelateerd aan mal

mauvais - méchant - douleur - peine