Vertaling van part

Inhoud:

Frans
Nederlands
contingent [m] (le ~), part [v] (la ~), portion [v] (la ~), ration [v] (la ~) {zn.}
deel [o]
taks [m]
rantsoen [o]
portie  [v]
aandeel  [o]
Il ne prit pas part à la discussion.
Hij nam niet deel aan de discussie.
contingent, part [v] (la ~), partie [v] (la ~), portion [v] (la ~) {zn.}
deel
stuk 
part
onderdeel
gedeelte
Puis-je avoir une autre part de gâteau ?
Mag ik nog een stuk taart hebben?
Une partie de son histoire est vraie.
Een deel van zijn verhaal is waar.
partir {ww.}
losbranden
afvuren

il/elle part

hij/zij/het brandt los
» meer vervoegingen van losbranden

partir, se mettre à fonctionner {ww.}
aan de gang brengen
partir, s'en aller {ww.}
vertrekken
weggaan 
zich verwijderen
afgaan 

il/elle part

hij/zij/het vertrekt
» meer vervoegingen van vertrekken

Pourquoi veux-tu partir aujourd'hui ?
Waarom wil je vandaag weggaan?
Maintenant, vous feriez mieux de partir.
U kunt maar beter weggaan.
démarrer, partir {ww.}
vertrekken
starten

il/elle part

hij/zij/het vertrekt
» meer vervoegingen van vertrekken

Le moteur ne voulait pas démarrer.
De motor wou niet starten.
Nous allons partir demain.
We gaan morgen vertrekken.
partir {ww.}
weggaan 
op weg gaan
tijgen
opstappen

il/elle part

hij/zij/het gaat weg
» meer vervoegingen van weggaan

partir {ww.}
vertrekken
wegrijden
uitlopen
uitvaren
afrijden

il/elle part

hij/zij/het vertrekt
» meer vervoegingen van vertrekken

Quand seras-tu prêt à partir ?
Wanneer ben je klaar om te vertrekken?
Vous ne devez pas partir tout de suite.
Je moet nu niet vertrekken.

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

J'ai reçu une lettre de sa part.

Ik heb een brief van haar ontvangen.

Je veux aller quelque part en Europe.

Ik wil ergens naartoe gaan in Europa.

Demandez-lui quand part le prochain avion.

Vraag hem wanneer het volgende vliegtuig gaat.

Nulle part on ne trouvait la bague.

De ring was nergens te vinden.

Nulle part on ne put trouver l'anneau.

De ring kon nergens gevonden worden.

Il part à Tokyo à dix heures.

Om tien uur vertrekt hij naar Tokyo.

Salue tes parents de ma part.

Doe je ouders de groeten van me.

J'ai dû me tromper quelque part.

Ik moet ergens een fout gemaakt hebben.

À quelle heure part le train ?

Hoe laat vertrekt deze trein?

Je n'ai pu le trouver nulle part.

Ik kon het nergens vinden.

Nulle part on ne trouvait la bague.

De ring was nergens te vinden.

Y a-t-il un téléphone quelque part ?

Is er ergens een telefoon?

Elle est allée faire les courses autre part.

Ze ging ergens anders winkelen.

Dis-lui bonjour de ma part s'il te plaît.

Zeg alstublieft hallo tegen hem van mij.

J'ai l'impression de l'avoir déjà rencontrée quelque part.

Ik heb de indruk dat ik haar al ergens ontmoet heb.