Vertaling van passer
Inhoud:
Frans
Nederlands
dépasser, passer, surmonter {ww.}
oversteken
te boven gaan
overgaan
te boven gaan
overgaan
dépasser, passer {ww.}
overlopen
oversteken
overgaan
oversteken
overgaan
Je suis allé donner mon sang aujourd'hui.
Ik ben vandaag bloed wezen geven.
Je veux donner une plante à maman.
Ik wil een plant aan mama geven.
doubler, dépasser, passer {ww.}
voorbijvaren
passeren
voorbijrijden
inhalen
passeren
voorbijrijden
inhalen
dépasser, passer {ww.}
voorbijlopen
passeren
voorbijgaan
langsgaan
passeren
voorbijgaan
langsgaan
Voorbeelden in zinsverband
Frans
Nederlands
Je dois passer l'aspirateur.
Ik moet stofzuigen.
Quelque chose de suspect est en train de se passer.
Er is hier iets aan de hand.
Mon anti-virus a laissé passer un virus.
Mijn anti-virus heeft een virus doorgelaten.
Après pas mal de discussions, nous décidâmes de passer les vacances en Espagne.
Na veel overleg beslisten we onze vakantie in Spanje door te brengen.