Vertaling van surmonter

Inhoud:

Frans
Nederlands
surmonter, vaincre, abattre {ww.}
zegevieren
overwinnen
verslaan 
bevangen
dépasser, passer, surmonter {ww.}
oversteken
te boven gaan
overgaan
dominer, dépasser, maitriser, surmonter {ww.}
voorbijstreven
uitmunten
te boven gaan
uitblinken
overtreffen


Gerelateerd aan surmonter

vaincre - abattre - dépasser - passer - dominer - maitriser