Vertaling van pour
Voorbeelden in zinsverband
Un pour tous, tous pour un.
Eén voor allen, allen voor één.
Au temps pour moi.
Mijn fout.
Merci pour ton explication.
Bedankt voor de uitleg.
Il interpréta pour moi.
Hij vertolkte voor mij.
Combien pour ce VTT ?
Hoeveel kost die mountainbike?
Il partit pour Paris.
Hij vertrok naar Parijs.
Faites pour le mieux.
Doe je best.
Elle cuisine pour lui.
Ze kookt voor hem.
Merci pour ta peine.
Dank u voor uw moeite.
Je travaille pour vous.
Ik werk voor jullie.
Merci pour ta réponse.
Bedankt voor uw antwoord.
Il faut manger pour vivre, et non vivre pour manger.
Men moet eten om te leven, niet leven om te eten.
Merci pour ce merveilleux repas.
Bedankt voor het wonderbaarlijke eten.
Pour moi, c'était du chinois.
Dat was allemaal Chinees voor mij.
Tu me prends pour qui ?!
Wie denk je dat ik ben?