Vertaling van à

Inhoud:

Frans
Nederlands
près de, à {vz.}
aan 
bij 
dichtbij 
naast 
nabij
par, à raison de, à {vz.}
à
bij 
elk
ieder
telkens
en, vers, à, envers, pour {vz.}
aan 
bij 
naar 
tegen 
tot 
voor 
op 
au milie de, dans, en, parmi, à {vz.}
in 
binnen 
per
te 
op 
avec, à {vz.}
met 
samen met 
afin de, pour, à {vz.}
voor 
ten behoeve van
sur, à, contre {vz.}
aan 
op 
avoir {ww.}
hebben 
erop nahouden

an class="vperson">il/elle an>a

hij/zij/het heeft
» meer vervoegingen van hebben

Il affirma avoir vu l'accident.
Hij beweerde het ongeval gezien te hebben.
Je voudrais avoir un chat.
Ik zou graag een kat hebben.
avoir, porter {ww.}
dragen 
voorhebben
ophebben
aanhebben

an class="vperson">il/elle an>a

hij/zij/het draagt
» meer vervoegingen van dragen

Je ne peux porter seule cette valise.
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
Nous sommes habituées à porter des chaussures.
We zijn het gewend om schoenen te dragen.
avoir {ww.}
oud zijn


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

À tout à l'heure !

Tot ziens!

À demain !

Tot morgen!

À plus.

Tot ziens!

À demain.

Tot morgen.

Il commença à pleuvoir à torrent.

Het begon te gieten.

Elle a tourné à gauche à l'angle.

Aan de hoek draaide ze naar links.

Tournez à droite à la prochaine intersection.

Draai naar rechts aan de volgende hoek.

Un ami à moi étudie à l'étranger.

Een vriend van mij studeert in het buitenland.

Hier, j'étais à Tokyo.

Ik was in Tokio gisteren.

C'est difficile à croire.

Het is moeilijk te geloven.

J'arrive à le faire.

Ik kan het.

Il habite à Osaka.

Hij woont in Osaka.

Répondez à la question.

Antwoord op de vraag.

Va à l'école.

Ga naar school.

Je suis à Paris.

Ik ben in Parijs.


Gerelateerd aan à

près de - par - à raison de - en - vers - envers - pour - au milie de - dans - parmi - avec - afin de - sur - contre - avoir