Vertaling van in wezen

Inhoud:

Nederlands
Duits
essentieel, in essentie, in wezen, wezenlijk {bw.}
wesentlich
naar buiten jagen, uitdrijven, uitjagen, uitwijzen, verbannen {ww.}
bannen
ausstoßen

wij wezen uit
jullie wezen uit
zij wezen uit

wir bannten
ihr banntet
sie bannten
» meer vervoegingen van bannen

aanduiden, aangeven, aanwijzen, uitduiden, wijzen {ww.}
zeigen
weisen
anweisen
andeuten

wij wezen aan
jullie wezen aan
zij wezen aan

wir zeigten
ihr zeigtet
sie zeigten
» meer vervoegingen van zeigen

Dat kan ik je aanwijzen!
Ich kann es Ihnen zeigen.
Kunt u mij de weg naar de haven wijzen?
Kannst du mir den Weg zum Hafen zeigen?
retourneren, terugbezorgen, terugsturen, terugwijzen, heruitzenden {ww.}
zurücksenden

wij wezen terug
jullie wezen terug
zij wezen terug

wir sandten zurück
ihr sandtet zurück
sie sandten zurück
» meer vervoegingen van zurücksenden

gunnen, toekennen, toeslaan, toewijzen {ww.}
zuerkennen
zusprechen
Zuschlag erteilen

wij wezen toe
jullie wezen toe
zij wezen toe

wir erkannten zu
ihr erkanntet zu
sie erkannten zu
» meer vervoegingen van zuerkennen

toewijzen, voor het gerecht dagen {ww.}
zitieren
vorladen
zugedenken
zuweisen
überweisen
assignieren
anweisen

wij wezen toe
jullie wezen toe
zij wezen toe

wir zitierten
ihr zitiertet
sie zitierten
» meer vervoegingen van zitieren

afslaan, afwijzen, verwerpen, weigeren, wraken, nee zeggen tegen {ww.}
abweisen
ablehnen
ausschlagen
ausmerzen

wij wezen af
jullie wezen af
zij wezen af

wir wiesen ab
ihr wiest ab
sie wiesen ab
» meer vervoegingen van abweisen

laten zien, tentoonspreiden, tonen, vertonen, wijzen, uitwijzen {ww.}
zeigen
hinweisen
weisen
anweisen
angeben

wij wezen
jullie wezen
zij wezen

wir zeigten
ihr zeigtet
sie zeigten
» meer vervoegingen van zeigen

Ik zal je de stad laten zien.
Ich werde Ihnen die Stadt zeigen.
Wilt u me uw paspoort even laten zien alstublieft?
Würden Sie mir bitte Ihren Pass zeigen?
aantonen, adstrueren, bewijzen, staven, uitwijzen, waarmaken {ww.}
beweisen
erhärten
begründen

wij wezen uit
jullie wezen uit
zij wezen uit

wir bewiesen
ihr bewiest
sie bewiesen
» meer vervoegingen van beweisen

Kunt u dat bewijzen?
Kannst du das beweisen?
Zij probeert het bestaan van geesten te bewijzen.
Sie versucht die Existenz von Geistern zu beweisen.
beknorren, berispen, terechtwijzen, verwijten {ww.}
schelten
vorwerfen
Vorwürfe machen

wij wezen terecht
jullie wezen terecht
zij wezen terecht

wir schalten
ihr schaltet
sie schalten
» meer vervoegingen van schelten

afkeuren, afwijzen, terugwijzen, vertikken, weigeren {ww.}
ablehnen
abschlagen
ausschlagen
versagen
weigern
verweigern

wij wezen af
jullie wezen af
zij wezen af

wir lehnten ab
ihr lehntet ab
sie lehnten ab
» meer vervoegingen van ablehnen