Vertaling van leeg
Inhoud:
Nederlands
Duits
hol, ledig, leeg, lens, loos {bn.}
leer
ledigen, legen, lenzen, lichten, ruimen, uithalen {ww.}
entleeren
ausleeren
ausleeren
ik leeg
ich entleere
» meer vervoegingen van entleeren
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Duits
De autobatterij is leeg
Die Autobatterie ist leer.
Ik heb de doos leeg gevonden.
Ich habe die Kiste leer vorgefunden.