Vertaling van ook

Inhoud:

Nederlands
Duits
eveneens, evenzeer, mede, ook {bw.}
auch
ebenfalls
gleichfalls
immers, toch, wel, zeker, ook {bw.}
allerdings
freilich
immerhin
ja
ja doch
wohl
zwar


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Ik ook niet.

Ich auch nicht.

Hij studeert ook Chinees.

Er studiert auch Chinesisch.

Komen zij ook?

Kommen sie auch?

Kan dat ook anders geformuleerd worden?

Kann man das anders ausdrücken?

Er zijn ook katten op Mars.

Auf dem Mars gibt es auch Katzen.

We hebben ook linzen in ons assortiment.

Wir haben auch Linsen in unserem Sortiment.

Met mij gaat het ook goed.

Mir geht es auch gut.

Niet alleen Jim maar ook zijn ouders zijn ziek.

Nicht nur Jim, sondern auch seine Eltern sind krank.

Als het aantal auto's toeneemt, neemt ook het verkeer toe.

Wenn die Zahl der Autos steigt, nimmt auch der Verkehr zu.

Ik heb zelf ook al een paar keer parkeerboetes betaald.

Ich habe selbst schon mehrmals Bußgelder für widerrechtliches Parken bezahlt.

Tv is ook niet meer wat het vroeger was.

Das Fernsehen ist auch nicht mehr das, was es mal war.

Een oude bok lust ook nog wel een groen blaadje.

Einen alten Bock gelüstet es wohl noch nach einem grünen Blatt.

"Kristalhelder" is een mooi woord, vind je ook niet?

"Kristallklar" ist ein schönes Wort, nicht wahr?

Wat ook de reden is, ze zijn niet getrouwd.

Aus welchem Grund auch immer, sie haben nicht geheiratet.

Zij, en ook haar vrienden, zijn gek op muziek.

Genau wie ihre Freunde mag sie gerne Musik.


Gerelateerd aan ook

eveneens - evenzeer - mede - immers - toch - wel - zeker