Vertaling van ruim

Inhoud:

Nederlands
Duits
ruim {bw.}
breit
ruim [o], scheepsruim [o] {zn.}
Frachtraum [m] (der ~)
Laderaum [m] (der ~)
Schiffsraum [m] (der ~)
Raum [m] (der ~)
beuk [m], schip [o], ruim {zn.}
Schiff [o] (das ~)
Schip ahoi!
Schiff ahoi!
Het schip zinkt!
Das Schiff sinkt.
breedvoerig, groot, royaal, ruim, uitgebreid, uitgestrekt, wijd {bn.}
ausgedehnt
geräumig
weit
ledigen, legen, lenzen, lichten, ruimen, uithalen {ww.}
entleeren
ausleeren

ik ruim

ich entleere
» meer vervoegingen van entleeren



Gerelateerd aan ruim

scheepsruim - beuk - schip - breedvoerig - groot - royaal - uitgebreid - uitgestrekt - wijd - ledigen - legen - lenzen - lichten - ruimen - uithalen