Vertaling van aanrichten

Inhoud:

Nederlands
Engels
aanrichten, arrangeren, ordenen, regelen {ww.}
to fix up
to array 
to arrange 

ik zal aanrichten
jij zult aanrichten
hij/zij/het zal aanrichten

I will array
you will array
he/she/it will array
» meer vervoegingen van to array

aandoen, aanrichten, stichten, teweegbrengen, veroorzaken {ww.}
to cause 
to wreak 
to inflict
to result in
to provoke
to pose
to give rise to

ik zal aanrichten
jij zult aanrichten
hij/zij/het zal aanrichten

I will cause
you will cause
he/she/it will cause
» meer vervoegingen van to cause

Welke moeilijkheden kan zij veroorzaken?
What trouble can she cause?
Ik wil geen paniek veroorzaken.
I don't want to cause a panic.
aanrichten {ww.}
to make
to create

ik zal aanrichten
jij zult aanrichten
hij/zij/het zal aanrichten

I will make
you will make
he/she/it will make
» meer vervoegingen van to make

stichten, aanrichten, aanstichten {ww.}
to provoke
to evoke
to kick up
to call forth

ik zal aanrichten
jij zult aanrichten
hij/zij/het zal aanrichten

I will provoke
you will provoke
he/she/it will provoke
» meer vervoegingen van to provoke


Gerelateerd aan aanrichten

arrangeren - ordenen - regelen - aandoen - stichten - teweegbrengen - veroorzaken - aanstichtenorganiseren - veroorzaken