Vertaling van achter
to withhold
to hold back
ik houd achter
jij houdt achter
I withhold
you withhold
» meer vervoegingen van to withhold
ik houd achter
jij houdt achter
I withhold
you withhold
» meer vervoegingen van to withhold
ik blijf achter
jij blijft achter
hij/zij/het blijft achter
I lag
you lag
he/she/it lags
» meer vervoegingen van to lag
to lose
to fall back
to fall behind
to drop off
ik blijf achter
jij blijft achter
hij/zij/het blijft achter
I recede
you recede
he/she/it recedes
» meer vervoegingen van to recede
ik houd achter
jij houdt achter
I reserve
you reserve
» meer vervoegingen van to reserve
to fall back
to fall behind
to dawdle
ik blijf achter
jij blijft achter
hij/zij/het blijft achter
I lag
you lag
he/she/it lags
» meer vervoegingen van to lag
ik blijf achter
jij blijft achter
hij/zij/het blijft achter
I stay
you stay
he/she/it stays
» meer vervoegingen van to stay
Voorbeelden in zinsverband
Niemand komt er achter.
Nobody will know.
Sluit de deur achter je.
Close the door after you.
Hij stond achter de stoel.
He stood behind the chair.
Sluit de deur achter je.
Close the door behind you.
Hij verborg zich achter de deur.
He hid behind the door.
De stal is net achter de boerderij.
The stable is right behind the farm house.
De hond zat achter de kat aan.
The dog ran after the cat.
De beer rende achter me aan.
The bear ran after me.
Ik deed de deur achter me dicht.
I shut the door behind me.
We liepen achter de kat aan.
We ran after the cat.
In de boomgaard achter hun boerderij stonden appel- en perenbomen.
In the orchard behind their farm stood apple and pear trees.
Men moet het paard niet achter de wagen spannen.
Don't put the cart before the horse.
De politie arresteerde hem wegens dronkenschap achter het stuur.
The police arrested him for drinking and driving.
Hij viel in slaap achter het stuur en had een ongeval.
He fell asleep behind the wheel and had an accident.
Mijn zusje en ik deden vaak tikkertje. Dan renden we achter elkaar aan, en de achterste probeerde de voorste te tikken en riep: "Tikkie, jij bent hem!"
My little sister and I used to play tag a lot. We would chase each other, and the one chasing would try to tag the one being chased and yell: "You're it!"