Vertaling van blijven

Inhoud:

Nederlands
Engels
blijven, overblijven, resten, resteren, toeven, verblijven {ww.}
to stay 
to keep 
to remain 
to stop 
to rest 
to abide 
to stay over

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we stay
you stay
they stay
» meer vervoegingen van to stay

Ik zal daar blijven.
I will stay there.
Hij kan niet lang blijven.
He can't stay long.
blijven {ww.}
to stay
to remain
to rest

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we stay
you stay
they stay
» meer vervoegingen van to stay

Zult ge thuis blijven?
Will you stay at home?
Ik zou liever thuis blijven.
I'd rather stay at home.
blijven, plakken {ww.}
to stay
to remain
to continue
to stay on

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we stay
you stay
they stay
» meer vervoegingen van to stay

Je moet blijven trainen.
You must continue to train.
aanhouden, blijven {ww.}
to keep 
to maintain
to hold

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we keep
you keep
they keep
» meer vervoegingen van to keep

Het leven is als fietsen. Om in balans te blijven moet je in beweging blijven.
Life is like riding a bicycle. To keep your balance you must keep moving.
Je moet in contact blijven met meneer Smith.
You should keep in touch with Mr. Smith.
houden, blijven {ww.}
to keep 
to hold
to maintain

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we keep
you keep
they keep
» meer vervoegingen van to keep

Rechts houden.
Keep to the right.
Laten we het houden.
Let's keep it.
blijven {ww.}
to stay
to remain
to persist

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we stay
you stay
they stay
» meer vervoegingen van to stay

Ik zou liever thuis blijven.
I would rather stay at home.
aanhouden, behouden, bewaren, handhaven, blijven {ww.}
to keep 
to hold
to maintain

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we keep
you keep
they keep
» meer vervoegingen van to keep

volharden, persevereren, persisteren, blijven {ww.}
to persist
to persevere
to hang on
to hold on
to hang in

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we persist
you persist
they persist
» meer vervoegingen van to persist

voortgaan, blijven, doorgaan, overgaan {ww.}
to continue
to uphold
to preserve
to carry on
to bear on

wij blijven
jullie blijven
zij blijven

we continue
you continue
they continue
» meer vervoegingen van to continue


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Zult ge thuis blijven?

Will you stay at home?

Ik zal daar blijven.

I will stay there.

Thuis blijven is saai.

Staying at home is boring.

Je moet blijven trainen.

You must continue to train.

Ik zou liever thuis blijven.

I'd rather stay at home.

Ik zou liever thuis blijven.

I would rather stay at home.

We hadden thuis moeten blijven.

We should have stayed at home.

Thuis blijven is niet leuk.

Staying home isn't fun.

Hij kan niet lang blijven.

He can't stay long.

Het is saai om thuis te blijven.

It's boring to stay at home.

We willen blijven wat we zijn.

We wish to remain what we are.

Je moet hier blijven totdat we terugkomen.

You are to stay here until we come back.

Daarom zal ik hier moeten blijven.

Hence, I shall have to stay here.

We zouden hier beter niet langer blijven.

We had better not remain here any longer.

Ik geef je toestemming om te blijven.

I give you permission to stay.