Vertaling van baan

Inhoud:

Nederlands
Engels
baan [v] {zn.}
road 
path 
way 
Er is ijzel op de baan.
There is frost on the road.
baan [v], route [v], weg [m] {zn.}
road 
route 
way 
course 
passage 
path 
pathway
baan [v], spoor {zn.}
track 
course 
baan [v], parcours {zn.}
course 
race-track
race-course
track 
running track
runway 
baan [v], gang [m], overloop, rijstrook {zn.}
corridor 
aisle 
passage 
alley 
In elke gang hangen plattegronden met de dichtstbijzijnde vluchtroute.
In each corridor there is a floor plan that indicates the nearest escape route.
baan [v], breedte [v] {zn.}
breadth 
width 
beam 
wingspan
baan [v], kogelbaan {zn.}
trajectory
flight-path
baan {zn.}
orbit 
De satelliet bevindt zich in een baan om de maan.
The satellite is in orbit around the moon.
Ze slaagden erin een kunstmatige satelliet in een baan (om de aarde) te brengen.
They succeeded in putting an artificial satellite in orbit.
ambt [o], baan [v], betrekking [v], werkkring [m], plaats [v], functie {zn.}
job 
function 
capacity 
post 
office 
position 
Ik zoek een baan.
I'm looking for a job.
Mijn zus heeft een baan.
My sister has a job.
ambt [o], baan [v], betrekking [v], werkkring [m], plaats [v], post, wachtpost {zn.}
job 
post 
capacity 
station 
position 
office 
appointment
Tom is op zoek naar een baan.
Tom is looking for a job.
Jouw baan hangt aan een zijden draadje.
Your job hangs by a thread.
banen, effenen, gladmaken, gladstrijken, uitstrijken {ww.}
to make smooth
to smooth 
to flatten

ik baan

I flatten
» meer vervoegingen van to flatten

banen {ww.}
to tunnel

ik baan

I tunnel
» meer vervoegingen van to tunnel


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik zoek een baan.

I'm looking for a job.

Mijn zus heeft een baan.

My sister has a job.

Ik dacht net aan een nieuwe baan.

I was just thinking of a new job.

Tom is op zoek naar een baan.

Tom is looking for a job.

Ik ben een baan aan het zoeken.

I'm looking for work.

Er is ijzel op de baan.

There is frost on the road.

Jouw baan hangt aan een zijden draadje.

Your job hangs by a thread.

Tom heeft het nooit over zijn baan.

Tom never talks about his job.

Tom neemt zijn baan niet erg serieus.

Tom doesn't take his job very seriously.

De satelliet bevindt zich in een baan om de maan.

The satellite is in orbit around the moon.

Hij had het geluk een baan te vinden.

He had the fortune to find a job.

Hoeveel moeite kost het om aan je eerste baan te komen?

How much effort does it take to get your first job?

Hij werkt niet alleen niet, maar zal ook geen baan vinden.

He not only does not work but will not find a job.

Als zijn vrouw er niet voor hem was geweest, was hij niet van baan gewisseld.

If it had not been for his wife, he would not have changed his job.

Als je een baan vindt die je echt leuk vindt, hoef je nooit meer te werken.

If you find a job you really love, you'll never work again.


Gerelateerd aan baan

route - weg - spoor - parcours - gang - overloop - rijstrook - breedte - kogelbaan - ambt - betrekking - werkkring - plaats - functie - postverplaatsen