Vertaling van bezet

Inhoud:

Nederlands
Engels
bezet, bezig, in gesprek, volhandig {bn.}
busy 
occupied 
engaged 
taken 
bezet, bezig, volhandig {bn.}
busy 
bezet, druk {bn.}
busy 
bezet {bn.}
adorned
decorated
bezet {bn.}
occupied
bezet {bn.}
occupied
bekleden, beslaan, bezetten, bezig houden, in beslag nemen {ww.}
to involve
to hold 
to fill 
to engage 
to take 
to occupy 

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

I involve
you involve
he/she/it involves
» meer vervoegingen van to involve

innemen, bezetten {ww.}
to occupy
to invade

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

I occupy
you occupy
he/she/it occupies
» meer vervoegingen van to occupy

bezetten {ww.}
to encrust
to incrust
to beset

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

I encrust
you encrust
he/she/it encrusts
» meer vervoegingen van to encrust

occuperen, beslaan, bezetten {ww.}
to take
to use up
to occupy

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

I take
you take
he/she/it takes
» meer vervoegingen van to take

bezetten {ww.}
to occupy
to invade

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

I occupy
you occupy
he/she/it occupies
» meer vervoegingen van to occupy

bezetten {ww.}
to hold
to bear

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

I hold
you hold
he/she/it holds
» meer vervoegingen van to hold


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Het is bezet.

It's occupied.

Zijt ge bezet morgennamiddag?

Are you busy tomorrow afternoon?

De vergaderzaal is momenteel bezet.

The meeting room is occupied at the moment.

Pardon, is die plaats bezet?

Pardon me, is that seat taken?

Ik ben bang dat de lijn bezet is.

I'm afraid the line is busy.