Vertaling van drukte

Inhoud:

Nederlands
Engels
animo [o], bedrijvigheid [v], drukte [v], opgewektheid [v], tierigheid [v], vertier {zn.}
liveliness 
zest 
gusto
activity 
spirit 
dynamism
stir 
vigour
drukte [v] (de ~), activiteit [v] (de ~), bedrijvigheid [v] (de ~) {zn.}
busyness
hum
dringen, drukken, knellen, persen, pressen {ww.}
to pinch 
to press 
to oppress 
to squeeze 
to squash

ik drukte
jij drukte
hij/zij/het drukte

I pinched
you pinched
he/she/it pinched
» meer vervoegingen van to pinch

drukken, afdrukken, boekdrukken, printen {ww.}
to print 

ik drukte
jij drukte
hij/zij/het drukte

I printed
you printed
he/she/it printed
» meer vervoegingen van to print

ophef [m] (de ~), bombarie [v] (de ~), drukte [v] (de ~), gedoe [o] (het ~), geduvel, heisa [m] (de ~), omhaal [m] (de ~), poeha [m] (de/het ~), poespas [m] (de ~), poppenkast, soesa [m] (de ~), stennes, stennis [m] (de ~), tamtam, omslag [m] (de ~), gedonder [o] (het ~), bedoening [v] (de ~), stampei [v] (de ~) {zn.}
ado
hustle
bustle
fuss
flurry
stir
drukken {ww.}
to circumvent
to dodge
to duck
to elude
to evade
to fudge
to hedge
to parry
to put off
to sidestep
to skirt

ik drukte
jij drukte
hij/zij/het drukte

I circumvented
you circumvented
he/she/it circumvented
» meer vervoegingen van to circumvent

poepen, beren, bouten, kakken, keutelen, ontlasten, schijten, uitpoepen, uitschijten, drukken, uitkakken, afgaan {ww.}
to ca-ca
to crap
to defecate
to make
to shit
to stool
to take a crap
to take a shit

ik drukte
jij drukte
hij/zij/het drukte

I defecated
you defecated
he/she/it defecated
» meer vervoegingen van to defecate

drukken {ww.}
to print

ik drukte
jij drukte
hij/zij/het drukte

I printed
you printed
he/she/it printed
» meer vervoegingen van to print

Help mij dit te drukken.
Help me print this.
belasten, drukken, rusten {ww.}
to weight
to burden
to burthen
to weight down

ik drukte
jij drukte
hij/zij/het drukte

I weighted
you weighted
he/she/it weighted
» meer vervoegingen van to weight

beknellen, benauwen, nijpen, vreten, drukken, knagen, knellen, beklemmen {ww.}
to alarm
to alert

ik drukte
jij drukte
hij/zij/het drukte

I alarmed
you alarmed
he/she/it alarmed
» meer vervoegingen van to alarm

drukken {ww.}
to push
to force

ik drukte
jij drukte
hij/zij/het drukte

I pushed
you pushed
he/she/it pushed
» meer vervoegingen van to push

Niet op die knop drukken.
Do not push that button.
Ik weet niet op welke knop ik moet drukken.
I don't know which button to push.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Hij drukte op de alarmknop.

He pushed the emergency button.

Hij drukte zijn oor tegen de muur.

He pressed his ear against the wall.

Het was een drukte van je welste op straat toen de optocht voorbijkwam.

There were lots of people on the street when the parade came by.

Ik drukte op de knop om de radio aan te zetten.

I pressed the button to turn the radio on.