Vertaling van eigen

Inhoud:

Nederlands
Engels
eigen, huiselijk, vertrouwd {bn.}
domestic 
home 
eigen {bn.}
own 
personal 
proper 
very 
adherent, inherent, eigen {bn.}
characteristic
privé, persoonlijk, eigen, hoogstpersoonlijk {bn.}
personal


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ieder zijn eigen passie.

To each his own passion.

Heb je een eigen kamer?

Do you have a room of your own?

Mayuko ontwierp haar eigen kleding.

Mayuko designed her own clothes.

U kunt uw eigen maken.

You can make your own.

Iedereen kan zijn eigen naam schrijven.

Anyone can write his own name.

Bemoei je met je eigen zaken!

Mind your own business!

Ze zal haar eigen manier hebben.

She will have her own way.

Je zou jouw eigen bedrijf kunnen starten.

You could start your own company.

Bemoei je met je eigen zaken.

Mind your own business.

Dit verhaal is gebaseerd op zijn eigen ervaring.

The story is based on his own experience.

Elk van zijn kinderen heeft een eigen kamer.

Each of his children has his own room.

Het meisje was bang voor haar eigen schaduw.

The girl was afraid of her own shadow.

John heeft dit bedrijf verlaten en is zijn eigen zaak begonnen.

John turned his back on the company and started on his own.

Ik heb de echtgenote gezien toen ze haar eigen zoon vermoordde.

I watched the wife kill her own son.

Lucio, sorry maar kan je je eigen ontbijt bereiden?

Lucio, my apologies, but could you prepare your own breakfast?


Gerelateerd aan eigen

huiselijk - vertrouwd - adherent - inherent - privé - persoonlijk - hoogstpersoonlijkkarakteristiek