Vertaling van geleerd

Inhoud:

Nederlands
Engels
geleerd, knap, ontwikkeld {bn.}
cultured
educated
learned 
well-informed
bijbrengen, instrueren, leren, scholen {ww.}
to teach 
to instruct 

ik heb geleerd
jij hebt geleerd
hij/zij/het heeft geleerd

I have taught
you have taught
he/she/it has taught
» meer vervoegingen van to teach

In 1972 begon Dr. Francine Patterson met gebarentaal aan Koko te leren.
In 1972, Dr. Francine Patterson started to teach sign language to Koko.
leren, onderwijzen {ww.}
to teach 

ik heb geleerd
jij hebt geleerd
hij/zij/het heeft geleerd

I have taught
you have taught
he/she/it has taught
» meer vervoegingen van to teach

Is meneer Davis naar Japan gekomen om Engels te onderwijzen?
Did Mr. Davis come to Japan to teach English?
Ik kan je leren vechten.
I can teach you how to fight.
leren, aanleren {ww.}
to learn 

ik heb geleerd
jij hebt geleerd
hij/zij/het heeft geleerd

I have learnt; learned
you have learnt; learned
he/she/it has learnt; learned
» meer vervoegingen van to learn

Ik wil graag Frans leren.
I want to learn French.
Wij leren Engels op school.
We learn English at school.
ingewikkeld, gecompliceerd, complex, geleerd {bn.}
complex
erudiet, high-brow, highbrow, savant, veelwetend, geleerd, wetenschappelijk {bn.}
erudite
learned
geleren {ww.}
to gelatinize
to gelatinise

ik ben geleerd
jij bent geleerd
hij/zij/het is geleerd

I have gelatinized
you have gelatinized
he/she/it has gelatinized
» meer vervoegingen van to gelatinize

ondervinden, leren, meenemen, opsteken {ww.}
to learn
to larn
to acquire

ik heb geleerd
jij hebt geleerd
hij/zij/het heeft geleerd

I have learnt; learned
you have learnt; learned
he/she/it has learnt; learned
» meer vervoegingen van to learn

Hij wil leren koken.
He wants to learn how to cook.
Wanneer heb je leren zwemmen?
When did you learn to swim?
bijbrengen, leren {ww.}
to learn
to teach
to instruct

ik heb geleerd
jij hebt geleerd
hij/zij/het heeft geleerd

I have learnt; learned
you have learnt; learned
he/she/it has learnt; learned
» meer vervoegingen van to learn

Dat mensen niet veel leren van de lessen uit het verleden is de belangrijkste les die het verleden ons te leren heeft.
That men do not learn very much from the lessons of history is the most important of all the lessons that history has to teach.
Ik wil leren zwemmen.
I want to learn how to swim.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik heb niets geleerd.

I didn't learn anything.

Jong geleerd is oud gedaan.

What is learned in the cradle is carried to the tomb.

Mij is iets anders geleerd.

I was taught something different.

Waar heb je dat geleerd?

Where did you learn that?

Wie heeft hen tafelmanieren geleerd?

Who taught them table manners?

Ik heb veel van je geleerd.

I learned a lot from you.

Ik heb dit weekend veel geleerd.

I learned a lot this weekend.

Ik heb geleerd als Tom te denken.

I've learned to think like Tom thinks.

In de tussentijd hebben wij van onze fouten geleerd.

In the meantime, we learnt from our mistakes.