Vertaling van gelijk

Inhoud:

Nederlands
Engels
gelijk, gelijktijdig, tegelijkertijd, tevens, tegelijk {bw.}
at the same time
contemporaneously
meanwhile
simultaneously
even, evenzeer, gelijk, gelijkelijk {bw.}
alike 
all the same
equally 
evenly
effen, gelijk, glad, sluik, zonder moeilijkheden, vlot {bn.}
smooth 
evenals, gelijk {zn.}
according as
eender, egaal, gelijk, gelijkmatig {bn.}
equal 
even 
level 
effen, gelijk, vlak {bn.}
even 
flat 
level 
smooth 
lijken, gelijken, lijken op {ww.}
to resemble
to be similar

ik gelijk

I resemble
» meer vervoegingen van to resemble

Je O's lijken op je A's.
Your O's resemble your A's.
Gelukkige gezinnen lijken alle op elkaar, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.
All happy families resemble each other, each unhappy family is unhappy in its own way.
gelijken, lijken, trekken, gelijkend, neigen {ww.}
to resemble

ik gelijk

I resemble
» meer vervoegingen van to resemble


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Je hebt bijna gelijk.

You're almost right.

Je hebt volkomen gelijk.

You're absolutely right.

Je hebt helemaal gelijk.

You're perfectly right.

Je hebt gelijk.

You're right.

Hij heeft helemaal gelijk.

He is quite right.

Ik heb gelijk.

I'm right.

Ik heb gelijk.

I am right.

Je hebt volkomen gelijk.

You are absolutely right.

Natuurlijk, hij heeft gelijk.

Of course, he is right.

De man heeft gelijk.

The man is right.

Alle mensen zijn gelijk.

All men are equal.

God heeft altijd gelijk.

God is always right.

Tom bleek gelijk te hebben.

Tom turned out to be right.

Het is me allemaal gelijk.

It is all the same for me.

Volgens mij heeft hij gelijk.

From my personal point of view, his opinion is right.


Gerelateerd aan gelijk

gelijktijdig - tegelijkertijd - tevens - tegelijk - even - evenzeer - gelijkelijk - effen - glad - sluik - zonder moeilijkheden - vlot - evenals - eender - egaalzijn