Vertaling van gewaad
Inhoud:
Nederlands
Engels
gewaad, kledingstuk {zn.}
garment
article of dress
article of dress
Ze had een lelijk kleed aan.
She was wearing an ugly dress.
Ze kon haar lach niet bedwingen toen ze het kleed zag.
She could hardly keep from laughing when she saw the dress.
Mooi pak.
Nice suit.
Mijn pak is grijs.
My suit is grey.
gewaad {zn.}
gown
flodderen, plassen, waden {ww.}
to wade
ik heb gewaad
jij hebt gewaad
hij/zij/het heeft gewaad
I have waded
you have waded
he/she/it has waded
» meer vervoegingen van to wade
bovenkleed, opperkleed, gewaad {zn.}
cloak
waden {ww.}
to wade
ik heb gewaad
jij hebt gewaad
hij/zij/het heeft gewaad
I have waded
you have waded
he/she/it has waded
» meer vervoegingen van to wade