Vertaling van gezicht

Inhoud:

Nederlands
Engels
gezicht [o], schouwspel {zn.}
sight 
vista
feature 
scene 
view 
Het was liefde op het eerste gezicht.
It was love at first sight.
Voor hem was het liefde op het eerste gezicht.
He fell in love with her at first sight.
air [o], gelaatsuitdrukking [v], gezicht [o], uiterlijk, uitzicht {zn.}
appearance 
air 
mien
look 
expression 
Mary is geobsedeerd door haar uiterlijk.
Mary is obsessed about her appearance.
Qua uiterlijk lijkt Dick op zijn moeder.
Dick takes after his mother in appearance.
zicht, gezicht [o], gezichtsvermogen {zn.}
sight 
vision 
view 
Ik ken hem van gezicht maar ik heb nog nooit echt met hem gepraat.
I know him by sight, but I have never actually spoken to him.
Het was het mooiste gezicht dat hij in zijn leven gezien had.
It was the most beautiful sight that he had ever seen in his life.
droombeeld [o], droomgezicht [o], gezicht [o], visioen {zn.}
vision 
gelaat [o], aangezicht [o], gezicht [o], toet [m], facie, porem {zn.}
face 
mug 
countenance 
Zijn gezicht werd rood.
Her face turned red.
Zij sloeg hem in het gezicht.
She slapped his face.
maaien, zichten {ww.}
to mow 
to cut 

ik heb gezicht
jij hebt gezicht
hij/zij/het heeft gezicht

I have mown
you have mown
he/she/it has mown
» meer vervoegingen van to mow

Mijn moeder vertelde me het gras te maaien.
My mother told me to mow the lawn.
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
Twice a week the gardener would come to mow the grass, so I could never lie and read in the long grass.
zichten {ww.}
to scythe


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Zijn gezicht werd rood.

Her face turned red.

De vader wast zijn gezicht.

The father washes his face.

Woede tekende zich af op zijn gezicht.

Anger showed on his face.

De clown trok een grappig gezicht.

The clown made a funny face.

Ryoko heeft een schattig klein gezicht.

Ryoko has a cute little face.

Zij sloeg hem in het gezicht.

She slapped him in the face.

Zij sloeg hem in het gezicht.

She slapped his face.

Tom stompte hem in het gezicht.

Tom punched him in the face.

Hij veegde het zweet van zijn gezicht af.

He wiped the sweat off his face.

Ik was altijd mijn gezicht met water en zeep.

I always wash my face with soap and water.

Voor hem was het liefde op het eerste gezicht.

He fell in love with her at first sight.

Het was het mooiste gezicht dat hij in zijn leven gezien had.

It was the most beautiful sight that he had ever seen in his life.

Iets in zijn gezicht herinnerde mij aan een oude vriend van mij.

Something in his face really reminded me of an old boyfriend of mine.


Gerelateerd aan gezicht

schouwspel - air - gelaatsuitdrukking - uiterlijk - uitzicht - zicht - gezichtsvermogen - droombeeld - droomgezicht - visioen - gelaat - aangezicht - toet - facie - poremmaaien