Vertaling van grootsheid

Inhoud:

Nederlands
Engels
eergevoel [o] (het ~), fierheid, trots [m] (de ~), grootsheid [v] (de ~) {zn.}
pride
superbia
Ze is trots op haar dochter.
She takes pride in her daughter.
Ik ben trots op mijn nederigheid.
I pride myself on my humility.
luister [m] (de ~), glans [m] (de ~), grandeur [m] (de ~), heerlijkheid, praal [m] (de ~), pracht [m] (de ~), schittering [v] (de ~), grootsheid [v] (de ~), majesteit [v] (de ~), glitter [m] (de ~) {zn.}
splendour
splendor
magnificence
grandness
grandeur
brilliance

Gerelateerd aan grootsheid

eergevoel - fierheid - trots - luister - glans - grandeur - heerlijkheid - praal - pracht - schittering - majesteit - glittergevoel - schoonheid