Vertaling van kennen
wij kennen
jullie kennen
zij kennen
we know
you know
they know
» meer vervoegingen van to know
wij kennen
jullie kennen
zij kennen
we inform
you inform
they inform
» meer vervoegingen van to inform
wij kennen
jullie kennen
zij kennen
we know
you know
they know
» meer vervoegingen van to know
wij kennen
jullie kennen
zij kennen
we know
you know
they know
» meer vervoegingen van to know
wij kennen
jullie kennen
zij kennen
we know
you know
they know
» meer vervoegingen van to know
to have
to possess
wij kennen
jullie kennen
zij kennen
we own
you own
they own
» meer vervoegingen van to own
to recognise
wij kennen
jullie kennen
zij kennen
we recognize
you recognize
they recognize
» meer vervoegingen van to recognize
Voorbeelden in zinsverband
We kennen hem.
We know him.
We kennen elkaar niet.
We don't know each other.
We kennen hem niet.
We do not know him.
We kennen haar niet.
We do not know her.
Vanwaar kennen jullie elkaar?
Where do you know each other from?
Waar kennen jullie elkaar van?
How do you know each other?
Iedere leerling moet het schoolreglement kennen.
Every student is supposed to know the school regulations.
Blij u te leren kennen, Ken.
Nice to meet you, Ken.
Ik heb haar leren kennen in Londen.
I met her in London for the first time.
Ik heb haar ERG goed leren kennen.
I got to know her REAL well.
Heb je hem pas leren kennen?
Did you just get to know him?
Ze kennen elkaar niet erg goed.
They don't know each other very well.
Veel Europeanen kennen het moderne Japan niet.
Many Europeans do not know modern Japan.
Het was puur toeval dat ik haar leerde kennen.
It was pure accident that I came to know her.