Vertaling van meieren

Inhoud:

Nederlands
Engels
kletsen, lullen, meieren, ouwehoeren, snateren, wauwelen, zemelen {ww.}
to waffle 
zeuren, griepen, lazeren, meieren, mekken, mieren, neuzelen, zaniken, zemelen, zemelknopen, zieken, mauwen, mekkeren, reutelen, zeiken, emmeren, zeveren, malen, zagen, piepen {ww.}
to hen-peck
to nag
to peck

wij meieren
jullie meieren
zij meieren

we nag
you nag
they nag
» meer vervoegingen van to nag


Gerelateerd aan meieren

kletsen - lullen - ouwehoeren - snateren - wauwelen - zemelen - zeuren - griepen - lazeren - mekken - mieren - neuzelen - zaniken - zemelknopen - ziekenuiten