Vertaling van zeuren

Inhoud:

Nederlands
Engels
zeuren, griepen, lazeren, meieren, mekken, mieren, neuzelen, zaniken, zemelen, zemelknopen, zieken, mauwen, mekkeren, reutelen, zeiken, emmeren, zeveren, malen, zagen, piepen {ww.}
to hen-peck
to nag
to peck

wij zeuren
jullie zeuren
zij zeuren

we nag
you nag
they nag
» meer vervoegingen van to nag

aandringen, aanhouden, erop staan, opdringen, zeuren, drammen, doordrammen
insist
klagen, mopperen, zeuren, morren, pruttelen
complain

Gerelateerd aan zeuren

griepen - lazeren - meieren - mekken - mieren - neuzelen - zaniken - zemelen - zemelknopen - zieken - mauwen - mekkeren - reutelen - zeiken - emmerenuiten