Vertaling van naast
ik naast
jij naast
hij/zij/het naast
I nationalize
you nationalize
he/she/it nationalizes
» meer vervoegingen van to nationalize
to capture
to conquer
to appropriate
ik naast
jij naast
hij/zij/het naast
I seize
you seize
he/she/it seizes
» meer vervoegingen van to seize
Voorbeelden in zinsverband
Ken zette zich naast mij.
Ken sat next to me.
Naast een dokter, was hij ook een erg beroemde romanschrijver.
Besides being a doctor, he was a very famous novelist.
Een oude man zat naast mij in de bus.
An old man sat next to me on the bus.
Maar zat hij naast je in het vliegtuig?
But was he sitting next to you on the plane?
Deze vent die naast me in de trein zit stinkt!
This guy sitting next to me on the train stinks!
De Nederlandse en de Belgische driekleur wapperden gemoedelijk naast elkaar in het grensdorp.
The Dutch and the Belgian tricolour were streaming side by side amiably in the village on the border.