Vertaling van natuur

Inhoud:

Nederlands
Engels
natuur [v] (de ~), wild [o] (het ~) {zn.}
wild
state of nature
natural state
Niet alle dieren zijn wild.
All animals are not wild.
Jack, doe niet zo wild.
Don't be so wild, Jack.
aard [m], geaardheid [v], natuur [v], karakter [o], wezen [o] {zn.}
nature 
character 
Ik hou van de natuur.
I love nature.
Het evenwicht van de natuur is heel kwetsbaar.
The balance of nature is very vulnerable.
aard [m] (de ~), geaardheid [v] (de ~), gestel [o] (het ~), inborst [m] (de ~), karakter [o] (het ~), wezen (het ~), natuur [v] (de ~) {zn.}
temperament
disposition

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik hou van de natuur.

I love nature.

Heeft een hond een Boeddha-natuur of niet?

Does a dog have a Buddha-nature or not ?

We moeten leren in harmonie leven met de natuur.

We must learn to live in harmony with nature.

Het evenwicht van de natuur is heel kwetsbaar.

The balance of nature is very vulnerable.

Ik dacht altijd dat een hartaanvaal de manier was waarop de natuur je vertelt dat je moet sterven.

I always thought that having a heart attack was the way nature told you to die.

De twaalf dieren van de Chinese dierenriem komen van elf diersoorten die in de natuur voorkomen, met name de rat, os, tijger, konijn, slang, paard, aap, haan, hond en varken, en ook de legendarische draak; ze worden als kalender gebruikt.

The twelve animals of the Chinese zodiac come from eleven kinds of animals originating in nature, namely the rat, ox, tiger, rabbit, horse, snake, monkey, rooster, dog and pig, as well as the legendary form of the dragon, and are used as a calendar.


Gerelateerd aan natuur

wild - aard - geaardheid - karakter - wezen - gestel - inborsttoestand - eigenschap - geestesgesteldheid