Vertaling van praten

Inhoud:

Nederlands
Engels
babbelen, keuvelen, praten {ww.}
to chat
to babble 
to chatter

wij praten
jullie praten
zij praten

we chat
you chat
they chat
» meer vervoegingen van to chat

Laat ons babbelen.
Let's chat.
Ik ben er, wil je praten?
I'm here. Do you want to chat?
praten, klappen {ww.}
to bitch
to backbite

wij praten
jullie praten
zij praten

we backbite
you backbite
they backbite
» meer vervoegingen van to backbite

praten {ww.}
to talk into
spreken, praten {ww.}
to speak 
to talk 

wij praten
jullie praten
zij praten

we speak
you speak
they speak
» meer vervoegingen van to speak

Laat ons praten.
Let's talk.
Misschien kunnen we praten.
Maybe we can talk.
converseren, hebben, spreken, praten {ww.}
to speak
to talk

wij praten
jullie praten
zij praten

we speak
you speak
they speak
» meer vervoegingen van to speak

Wij praten graag.
We like to talk.
Kunnen we praten?
Can we talk?


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Misschien kunnen we praten.

Maybe we can talk.

Wij praten graag.

We like to talk.

Kunnen we praten?

Can we talk?

Hij stopte plotseling met praten.

He suddenly stopped talking.

Tom wil niet erover praten.

Tom doesn't want to talk about it.

Niet tegen hem praten terwijl hij rijdt.

Don't talk to him while he's driving.

We zullen er later over praten.

We'll talk about it later.

Laten we er na school over praten.

Let's talk about it after school.

Ik probeerde in het Chinees te praten en mijnheer Wang probeerde in het Frans te praten.

I tried to speak Chinese and Mr. Wang tried to speak French.

Er is iemand met wie ik eerst wil praten.

There's somebody I want to talk to first.

Ik kan over alles praten met mijn beste vriend.

I can talk about anything with my best friend.

Ik heb geen zin tegen iemand te praten.

I don't feel like talking to anybody.

Het is onbeleefd tijdens een concert te praten.

It's rude to talk during a concert.

De man waar ik mee aan het praten was is mijn leerkracht Engels.

The man I was talking to is my English teacher.

Tom bleef maar praten en liet Mary er geen woord tussen krijgen.

Tom kept talking and didn't let Mary get a word in edgewise.


Gerelateerd aan praten

babbelen - keuvelen - klappen - spreken - converseren - hebbenhandelen - doorwerken