Vertaling van schok

Inhoud:

Nederlands
Engels
schok {zn.}
shock 
schok {zn.}
electrical shock
shock
electric shock
botsing [v], schok, stoot {zn.}
collision
schok [m] (de ~) {zn.}
saccade
jerking
jolt
jerk
schokken {ww.}
to jolt
to shake 
to jerk

ik schok

I jolt
» meer vervoegingen van to jolt

schokken, schudden, opschudden, wrikken {ww.}
to shake 
to shock 
to agitate
to rock 

ik schok

I shake
» meer vervoegingen van to shake

klap, schok [m] (de ~), slag [m] (de ~) {zn.}
shock
blow
schokken, aangrijpen, aanpakken, onthutsen, ontstellen, ontzetten {ww.}
to take aback
to shock
to blow out of the water
to floor
to ball over

ik schok

I floor
» meer vervoegingen van to floor

schokken, stoten {ww.}
to shake
to didder

ik schok

I shake
» meer vervoegingen van to shake

dokken, lappen, neertellen, offeren, schokken, betalen, neerleggen, schuiven, uittellen {ww.}
to pay

ik schok


Gerelateerd aan schok

botsing - stoot - schokken - schudden - opschudden - wrikken - klap - slag - aangrijpen - aanpakken - onthutsen - ontstellen - ontzetten - stoten - dokkenstroomstoot - ontroeren - bewegen - geven