Vertaling van slag

Inhoud:

Nederlands
Engels
slag [m], val, valstrik {zn.}
trap 
snare 
Het is een valstrik!
It's a trap!
bezoeking [v], slag [m] {zn.}
agony 
aard [m], slag [o], soort {zn.}
kind 
sort 
type 
houw, klap, schop, slag [m], stoot, tik {zn.}
hit
strike 
greep, inname, slag [m], vat [o] {zn.}
grasp
draai [m], wending [v], zwenking [v], gier, keer, slag [m], zwaai, zwenk {zn.}
turn 
revolution 
stroke
beweging [v], slag [m], zet {zn.}
motion 
shift 
move 
movement 
stroke
Open nooit de deur van een voertuig in beweging.
Never open the door of a car that is in motion.
klap, klets, klop, slag [m], tik, veeg {zn.}
knock
strike 
blow 
smack
hit
stroke
flap [m], houw, klap, mep, slag [m] {zn.}
whack
hit
blow 
strike 
stroke
bedrevenheid [v], handigheid [v], vaardigheid [v], vlugheid [v], slag [m] {zn.}
expertness 
competence 
skilfulness
ability 
accomplishment
aptitude 
gevecht, kamp, slag [m], strijd, treffen, veldslag {zn.}
battle 
fight 
combat 
scuffle
struggle 
clash
action 
fray
Ze hebben het gevecht verloren.
They lost the battle.
De strijd gaat verder!
The fight continues!

Gerelateerd aan slag

val - valstrik - bezoeking - aard - soort - houw - klap - schop - stoot - tik - greep - inname - vat - draai - wending