Vertaling van val

Inhoud:

Nederlands
Engels
val {zn.}
fall 
lapse
drop 
Val niet voor één van zijn oude truuks.
Don't fall for his old tricks.
De olie maakte de vloer glad en veroorzaakte zijn plotse val.
The oil made the floor slippery and caused his sudden fall.
val, valknip, valkuil {zn.}
pitfall
slag [m], val, valstrik {zn.}
trap 
snare 
Het is een valstrik!
It's a trap!
strook, val, volant {zn.}
furbelow 
flounce
daling [v], verzakking [v], val {zn.}
descent 
vallen, afvallen, neervallen, verschieten {ww.}
to drop 
to fall 
to lapse

ik val

I drop
» meer vervoegingen van to drop

vallen {ww.}
to fall
to flow
to hang

ik val

I fall
» meer vervoegingen van to fall

vallen, bliksemen, duvelen, kletteren, kukelen, neerkletteren, ploffen, sodemieteren, lazeren, mieteren, donderen, flikkeren {ww.}
to fall
to fall down

ik val

I fall
» meer vervoegingen van to fall

sneuvelen, sneven, vallen {ww.}
to fall

ik val

I fall
» meer vervoegingen van to fall

vallen, mogen {ww.}
to fancy
to go for
to take to

ik val

I fancy
» meer vervoegingen van to fancy

vallen, ergeren, storen {ww.}
to annoy
to bother
to chafe
to devil
to get at
to get to
to gravel
to irritate
to nark
to nettle
to rag
to rile
to vex

ik val

I annoy
» meer vervoegingen van to annoy

vallen {ww.}
to fall

ik val

I fall
» meer vervoegingen van to fall

vallen, ressorteren {ww.}
to belong
to belong to

ik val

I belong
» meer vervoegingen van to belong

vallen {ww.}
to fall

ik val

I fall
» meer vervoegingen van to fall

vallen {ww.}
to fall

ik val

I fall
» meer vervoegingen van to fall

Ik ben bang om te vallen.
I'm afraid to fall.
In oktober beginnen de bladeren te vallen.
Leaves begin to fall in October.
uitdraaien, uitlopen, uitpakken, vallen, uitmonden, resulteren, uitvallen, leiden, bekomen {ww.}
to result
to ensue

ik val

I result
» meer vervoegingen van to result

vallen, komen, geraken, raken, treden {ww.}
to get
to go
to become

ik val

Ik wil naar de hemel gaan, maar ik wil niet sterven om er te geraken!
I want to go to heaven, but I don't want to die to get there!
Om bij het museum te komen moet je die bus nemen.
You have to get on that bus to go to the museum.
vallen {ww.}
to play

ik val

I play
» meer vervoegingen van to play


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

"Val!" riep hij toen hij haar herkende.

"Val!" he shouted when he recognized her.

Val niet voor één van zijn oude truuks.

Don't fall for his old tricks.

De olie maakte de vloer glad en veroorzaakte zijn plotse val.

The oil made the floor slippery and caused his sudden fall.

Ik val maar meteen met de deur in huis. Je bent ontslagen.

I'll come straight to the point. You're fired.