Vertaling van taai

Inhoud:

Nederlands
Engels
taai {bn.}
lasting
durable
taai {bn.}
tenacious
clinging
melig, saai, taai, vermoeiend, vervelend {bn.}
boring 
stodgy
tiresome
dull 
monotonous
tedious 
wearisome
leerachtig, lederen, leren, taai {bn.}
leather 
taai {bn.}
coriaceous
leathered
leatherlike
leathery
taai {bn.}
boring
deadening
dull
ho-hum
irksome
slow
tedious
tiresome
wearisome
taaitaai [m] (de/het ~), taai, taai-taai {zn.}
gingerbread
afnokken, aftaaien, moven, nokken, opdonderen, opduvelen, opflikkeren, ophoepelen, opkramen, opkrassen, oplazeren, opmieteren, oprotten, oprukken, opsodemieteren, vertrekken, wegwezen, gaan, heengaan, weggaan, opstappen, opbreken {ww.}
to leave
to go forth
to go away

ik taai af

I leave
» meer vervoegingen van to leave

Laten we weggaan.
Let's leave.
We gaan morgen vertrekken.
We are going to leave tomorrow.

Gerelateerd aan taai

melig - saai - vermoeiend - vervelend - leerachtig - lederen - leren - taaitaai - taai-taai - afnokken - aftaaien - moven - nokken - opdonderen - opduvelensoepel - pittig - koek - gaan