Vertaling van uittellen

Inhoud:

Nederlands
Engels
uittellen {ww.}
to count out
dokken, lappen, neertellen, offeren, schokken, betalen, neerleggen, schuiven, uittellen {ww.}
to pay

ik zal uittellen
jij zult uittellen
hij/zij/het zal uittellen

I will pay
you will pay
he/she/it will pay
» meer vervoegingen van to pay

Ik zou met baar geld willen betalen.
I would like to pay with cash.
Ik wil met een cheque betalen.
I want to pay with a check.


Gerelateerd aan uittellen

dokken - lappen - neertellen - offeren - schokken - betalen - neerleggen - schuiventellen - vaststellen - geven