Vertaling van wis

Inhoud:

Nederlands
Engels
bos [m], bundel [m], wis {zn.}
bunch 
sheaf 
cluster
bundle
Hij kwam met een grote bos bloemen.
He came bearing a large bunch of flowers.
wis, zeker {bn.}
for sure
gewis, stellig, zeker, vast, vaststaand, verzekerd, wis {bn.}
certain 
sure 
wissen, uitwissen, uitvegen, wegvegen {ww.}
to wipe
to wipe out
to delete
to erase

ik wis

I wipe
» meer vervoegingen van to wipe

afdrogen, vegen, afvegen, wissen, afwissen {ww.}
to wipe 
to clear 
to wipe off

ik wis

I wipe
» meer vervoegingen van to wipe

"Waar ben je precies, Dima?!" vroeg Al-Sayib, terwijl hij een handdoek pakte om de gemorste Fanta weg te vegen.
"Just where are you, Dima?!" Al-Sayib asked, getting a towel to wipe the spilled Fanta.
twijg [m] (de ~), rijs [o] (het ~), teen [m] (de ~), wis {zn.}
stick
deleten, wissen {ww.}
to erase
to delete

ik wis

I erase
» meer vervoegingen van to erase

vegen, wissen {ww.}
to sweep

ik wis

I sweep
» meer vervoegingen van to sweep

Mary wil het huis vegen.
Mary wants to sweep the house.


Gerelateerd aan wis

bos - bundel - zeker - gewis - stellig - vast - vaststaand - verzekerd - wissen - uitwissen - uitvegen - wegvegen - afdrogen - vegen - afvegentak - weghalen - wrijven - reinigen