Vertaling van vast
in the meantime
meanwhile
ik vast
jij vast
hij/zij/het vast
I fast
you fast
he/she/it fasts
» meer vervoegingen van to fast
ik vast
jij vast
hij/zij/het vast
I fast
you fast
he/she/it fasts
» meer vervoegingen van to fast
Voorbeelden in zinsverband
Tom zit vast in het verleden.
Tom is stuck in the past.
"U maakt vast een grapje!" grijnsde Dima.
"Surely," Dima grinned. "You must be joking!"
Hou de vaas met beide handen vast.
Hold the vase with both hands.
Ik stond vast in de file.
I was caught in a traffic jam.
Leg een datum vast voor de bijeenkomst.
Fix a date for the meeting.
Waarom hou je mijn handen vast?
Why are you holding my hands?
Ze zijn vast op je aan het wachten.
They must be waiting for you.
Je houdt m'n hand vast op die foto.
You are holding my hand in that picture.
Een vast inkomen is een belangrijk iets voor mij.
A secure income is an important thing for me.
Ik bond mijn hond aan de boom in de tuin vast.
I tied my dog to the tree in the yard.
De man die volledig in het rood was gekleed hield een pistool vast.
The man all in red was holding a gun.