Vertaling van zoek

Inhoud:

Nederlands
Engels
zoek, verdwenen, vermist {bn.}
asleep
at peace
at rest
deceased
departed
gone
moeite doen, pogen, streven, trachten, zich beijveren, zoeken {ww.}
to strive
to set about
to undertake 
to take steps
to endeavour
to attempt 
to aim

ik zoek

I strive
» meer vervoegingen van to strive

Ik hoop dat al je dromen uitkomen, op één na, zodat je steeds iets hebt om na te streven.
I hope all but one of your dreams come true, so you always have something to strive for.
snorren, zoeken, opzoeken, uitkijken, uitzien {ww.}
to look for
to search for
to seek 
to go after
to be after

ik zoek

I seek
» meer vervoegingen van to seek

Ik moet naar mijn pen zoeken.
I need to search for my pen.
Ik moet mijn pen zoeken.
I have to look for my pen.
zoeken, rondzien {ww.}
to search
to seek
to look for

ik zoek

I search
» meer vervoegingen van to search

Geloof hen die waarheid zoeken, pas op voor wie haar vinden.
Believe those who seek truth, beware those who find it.
achternazitten, nazitten, zoeken {ww.}
to suss out
to go over
to look into
to check up on
to check over
to check out
to check into
to check

ik zoek

I check
» meer vervoegingen van to check

zoeken, omzien {ww.}
to seek

ik zoek

I seek
» meer vervoegingen van to seek



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik zoek mijn camera.

I'm looking for my camera.

Zoek een leven, man.

Get a life, man.

Ik zoek mijn vrienden.

I am looking for my friends.

Ik zoek een baan.

I'm looking for a job.

Zoek en gij zult vinden.

Seek, and you will find.

Tom is op zoek naar een baan.

Tom is looking for a job.

Zoek het op in je woordenboek.

Look it up in your dictionary.

Ik zoek een jas in mijn maat.

I'm looking for a coat in my size.

Ik zoek boeken over de Romeinse geschiedenis.

I'm looking for books on Roman history.

Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.

I am looking for a present for my mother.

Ik ben op zoek naar mijn horloge.

I'm looking for my watch.

Ik zoek een warme, wollen rok.

I'm looking for a warm, woolen skirt.

Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.

I'm looking for a present for my mother.

Ik zoek een tas voor mijn vrouw.

I'm looking for a bag for my wife.

Ik keek om me heen, op zoek naar een brievenbus.

I looked around for a mailbox.