Vertaling van zoom

Inhoud:

Nederlands
Engels
band [m], boord [m], kant [m], rand, zoom {zn.}
brink
verge
margin 
rim 
fringe
edging
edge 
brim 
border 
We stonden aan de rand van een klif.
We stood on the brink of a cliff.
rand, zoom {zn.}
welt
border 
stootkant, zoom {zn.}
hem
zoom [m] (de ~) {zn.}
edge
zoom [m] (de ~) {zn.}
border
omnaaien, zomen {ww.}
to hem

ik zoom

zoomen {ww.}
to zoom
zomen {ww.}
to hem

ik zoom

inzoomen, zoomen {ww.}
to move in on

ik zoom


Gerelateerd aan zoom

band - boord - kant - rand - stootkant - omnaaien - zomen - zoomen - inzoomenkant - omslag - bewerken - filmen