Vertaling van zorgen

Inhoud:

Nederlands
Engels
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorg dragen, zorgen {ww.}
to worry 
to take care
to care 
to see 
to be anxious
to be concerned

wij zorgen
jullie zorgen
zij zorgen

we worry
you worry
they worry
» meer vervoegingen van to worry

Ik zal voor de bloemen zorgen.
I will take care of the flowers.
Jullie moeten voor jullie zieke moeder zorgen.
You should take care of your sick mother.
zorgen {ww.}
to care
to manage
to handle
to deal

wij zorgen
jullie zorgen
zij zorgen

we care
you care
they care
» meer vervoegingen van to care

Je moet zelf voor je hond zorgen.
You must take care of your dog yourself.
Ik zal voor mijn ouders zorgen als ze oud worden.
I'll take care of my parents when they get old.
zorgen {ww.}
to attend
to look
to see
to take care

wij zorgen
jullie zorgen
zij zorgen

we attend
you attend
they attend
» meer vervoegingen van to attend

muizenissen, zorgen {zn.}
worries 
beduchtheid [v], ongerustheid [v], zorg (mv. zorgen) {zn.}
anxiety 
agitation
concern
disquiet 
fear 
trouble 
unease 
bekommernis [v], zorgvuldigheid [v], kommer, zorg (mv. zorgen) {zn.}
care 
concern
zorg [m] (de ~), bekommernis, kommernis, preoccupatie [v] (de ~), sores (narticle ~) {zn.}
preoccupation
engrossment
preoccupancy
absorption
zorg [m] (de ~), zorgstoel [m] (de ~) {zn.}
lounge chair
overstuffed chair
easy chair
zorg [m] (de ~) {zn.}
concern
worry
vexation
headache
Zijn gedrag is mijn belangrijkste zorg.
His behavior is my primary concern.
ongerustheid [v] (de ~), zorg [m] (de ~), bezorgdheid [v] (de ~), verontrusting {zn.}
concern
zorg [m] (de ~) {zn.}
care
tending
attention
aid
Zorg goed voor jezelf.
Take care.
Ik bewaar oude boeken met zorg.
I keep old books with care.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Maak je geen zorgen.

Don't worry.

Maak je geen zorgen.

Don't worry about it.

Later zal ik voor mijn ouders zorgen.

I will look after my parents in the future.

Ze maakt zich zorgen om uw veiligheid.

She's worrying for your safety.

Ik maak mij zorgen over uw gezondheid.

I am anxious about your health.

Maak je geen zorgen over ons.

Don't worry about us.

We moeten voor onze ouders zorgen.

We have to look after our parents.

Maak je geen zorgen, ik ga alleen.

Don't worry about it, I'll go myself.

Maak u maar geen zorgen over mij.

Don't worry about me.

Je moet zelf voor je hond zorgen.

You must take care of your dog yourself.

Ik zal voor de bloemen zorgen.

I will take care of the flowers.

Ik maak me zorgen over je success.

I'm worrying about your success.

Ik maak me daar geen zorgen over.

I am not worried about it.

Maak je geen zorgen over het verleden.

Don't worry about the past.

Jullie moeten voor jullie zieke moeder zorgen.

You should take care of your sick mother.