Vertaling van bijeenbrengen

Inhoud:

Nederlands
Spaans
bijeenbrengen, meebrengen, meenemen, medenemen, medebrengen {ww.}
llevar

ik zal bijeenbrengen
jij zult bijeenbrengen
hij/zij/het zal bijeenbrengen

yo llevaré
tú llevarás
él/ella llevará
» meer vervoegingen van llevar

Wat moet ik meenemen?
¿Qué tengo que llevar?
verzamelen, bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, vergaderen, accumuleren, ophopen, opeenhopen {ww.}
acumular
recoger
acopiar

ik zal bijeenbrengen
jij zult bijeenbrengen
hij/zij/het zal bijeenbrengen

yo acumularé
tú acumularás
él/ella acumulará
» meer vervoegingen van acumular

aaneenvoegen, bijeenbrengen, samenbrengen, verenigen {ww.}
unir
juntar

ik zal bijeenbrengen
jij zult bijeenbrengen
hij/zij/het zal bijeenbrengen

yo uniré
tú unirás
él/ella unirá
» meer vervoegingen van unir