Vertaling van rapen
Inhoud:
Nederlands
Spaans
verzamelen, bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, vergaderen, accumuleren, ophopen, opeenhopen {ww.}
acumular
recoger
acopiar
recoger
acopiar
wij rapen
jullie rapen
zij rapen
nosotros acumulamos
vosotros acumuláis
ellos/ellas acumulan
» meer vervoegingen van acumular
collecteren, innen, inzamelen, oogsten, plukken, rapen, verzamelen {ww.}
coleccionar
wij rapen
jullie rapen
zij rapen
nosotros coleccionamos
vosotros coleccionáis
ellos/ellas coleccionan
» meer vervoegingen van coleccionar
knol , raap (mv. rapen), raapzaad, aveelzaad {zn.}
colinabo
naba
naba