Vertaling van verenigen

Inhoud:

Nederlands
Spaans
verenigen {ww.}
unir
reunir

wij verenigen
jullie verenigen
zij verenigen

nosotros unimos
vosotros unís
ellos/ellas unen
» meer vervoegingen van unir

verzamelen, bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, vergaderen, accumuleren, ophopen, opeenhopen {ww.}
acumular
recoger
acopiar

wij verenigen
jullie verenigen
zij verenigen

nosotros acumulamos
vosotros acumuláis
ellos/ellas acumulan
» meer vervoegingen van acumular

aaneenvoegen, bijeenbrengen, samenbrengen, verenigen {ww.}
unir
juntar

wij verenigen
jullie verenigen
zij verenigen

nosotros unimos
vosotros unís
ellos/ellas unen
» meer vervoegingen van unir